Op 26 april organiseert Geloven in de Stad (GIDS) samen met een grote groep Haarlemse kerken een gezamenlijke kerkdienst. Dat is, vind ik, een bijzonder en kostbaar iets. Tussen de 15 en 20 kerken sluiten die zondag hun deuren om de deuren van het Kennemer Sportcenter wagenwijd open te zetten en met zo’n 2.000 personen te vieren dat God goed is. Het thema van dit jaar is GERAAKT en daar mogen wij, als voorgangers van de deelnemende kerken, iets over delen en die kans grijp ik dan ook natuurlijk aan. 

Het woord alleen spreekt tot mijn verbeelding. Ik moest denken aan pijn, omdat wanneer je geraakt wordt tijdens een potje paintballen, je kan eindigen met een goede blauwe plek. Maar aan de andere kant moest ik ook denken aan bewogenheid. En toen ik gisteren (10 maart) hierover wilde schrijven kwam er niets uit mijn vingers, maar vandaag moest ik tijdens het bidden denken aan een verhaal uit de Bijbel dat we kunnen vinden in Lukas 7.

Jezus maakt een jongen weer levend (Lukas 7:11 – 17 BGT)

11 Daarna ging Jezus naar de stad Naïn. Zijn leerlingenen veel andere mensen gingen met hem mee. 12 Toen ze bij de poort van de stad kwamen, liep er net een grote groep mensen de stad uit. Ze droegen een dode jongen. De moeder van de jongen liep mee. Ze had niemand meer. Haar man was al overleden, en nu was haar enige kind gestorven. 13 Toen de Heer de moeder zag, kreeg hij medelijden met haar en zei: ‘Huil maar niet.’ 14 Daarna liep hij naar de dode jongen toe. De mensen die de jongen droegen, bleven staan. Jezus raakte het lichaam aan en zei: ‘Jongen, ik wil dat je opstaat.’ 15 De jongen kwam overeind en begon te praten. Toen gaf Jezus hem weer aan zijn moeder. 16 Alle mensen waren diep onder de indruk. Ze dankten God en zeiden: ‘God heeft aan zijn volk gedacht. Hij heeft een machtige profeet naar ons toe gestuurd.’ 17 Het nieuws over Jezus werd bekend in heel Judea en daarbuiten.

Het was al voorbij

Wanneer we dit verhaal lezen dan zien we dat het eigenlijk al voorbij was. Al het leven was al uit de jongen verdwenen. En er was een tijd dat ik ook zo dacht over de geestelijke staat van mijn stad. Ik dacht echt dat het voorbij was, dat de kerk in Haarlem langzaam maar zeker zou uitsterven. Ik was in eerste instantie dan ook echt niet enthousiast toen ik ervoer dat God me riep om in deze stad aan de slag te gaan… En misschien klopte mijn idee ook wel, misschien was de begrafenis in sommige kerken al begonnen. Misschien ging het wel bergafwaarts in Haarlem. En natuurlijk is er nog echt wel leven in de verschillende kerken en natuurlijk doen de kerken goed werk, dit is dan ook absoluut geen aanklacht naar de kerk in Haarlem, want ik ben dankbaar dat ze er zijn, maar misschien ging het allemaal niet zo lekker als we zouden willen. Dat kan je als iets slechts zien, maar misschien… heel misschien is dat ook iets goed, heel misschien kan God dat gebruiken om ons te “raken”.

Wanneer ik het verhaal lees over de begrafenis in Naïn dan zie ik dat het voorbij is. Dan zie ik een moeder die eigenlijk alles kwijt is. En die moeder is gebroken, ze huilt, ze is geraakt door het verlies van haar zoon, haar toekomst, haar heden, haar alles. En dan komt Jezus in de stad. Leuk detail, Naïn betekent “schoonheid” en komt van het Hebreeuwse woord Naah (נְאוֹת) wat “weide” betekent. Wanneer ik die twee woorden samenvoeg dan denk ik aan een mooie plek, een plek van leven, een plek van voorziening. Denk aan Psalm 23 waar staat dat Hij ons brengt naar grazige weiden. En je raadt het al, het Hebreeuwse woord daar is “naah”. Wanneer ik denk aan Haarlem, dan zie ik dat ook voor me. Een stad van voorspoed, van overvloed, een mooie stad, een stad om trots op te zijn.

Maar er is een begrafenis gaande in Naïn. Iemand is gestorven, de zoon van een moeder is overleden. Er is verdriet, er is dood, er is pijn, er is gebrokenheid. En Jezus komt niet in actie omdat Hij dood ziet, maar Hij komt in actie omdat Hij gebrokenheid ziet. Hij wordt geraakt door het verdriet van de moeder. En dat laatste spreekt mij enorm aan, want wanneer ik denk aan Haarlem dan zie ik een stad met een nood. Te veel mensen hebben niet door dat er een God is die enorm veel van ze houdt. Te veel mensen hebben niet ontdekt en ervaren dat Jezus is gestorven aan een kruis, zodat Hij Zijn leven kon geven voor ons en eigenlijk ook aan ons. Geestelijk gezien kan je zeggen dat er een begrafenis gaande is… En zoals we in Naïn konden zien wordt Jezus niet geraakt door de dood, maar door gebrokenheid. Aan Jezus ligt het niet, Hij is in de stad, want Zijn Kerk is in de stad.  De vraag die ik daarom allereerst aan mijzelf stel is deze: Ben ik gebroken, ben ik oprecht geraakt door de geestelijke staat van mijn stad? Wanneer heb ik voor het laatst gehuild om het verdriet dat er is? En mag ik zo vrij zijn om dezelfde vraag ook aan jou te stellen?

Heal my heart and make it clean
Open up my eyes to the things unseen
Show me how to love like You have loved me
Break my heart for what breaks Yours
Everything I am for Your Kingdom’s cause
As I walk from nothing to eternity

Comments are closed.