Meteen strekte Jezus zijn hand uit, hij greep hem vast en zei: ‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’ (Mat. 14:31 NBV)
Over dit stuk zijn al heel veel overdenkingen geschreven. Maar meestal gaan de overdenkingen over Petrus die wordt afgeleid van Jezus door de storm en daardoor wegzakt. En alhoewel dat ook een belangrijke les is voor ons (blijf gefocussed op Jezus) wil ik deze ochtend iets anders belichten.
Petrus zonk en riep het uit naar de Heer en we zien dan in vers 31 dat Jezus meteen zijn hand uitstrekte en Petrus vastgreep. Wat mij zo trof is dat de wind toen niet is gaan liggen. In de volgende vers staat dat de wind pas is gaan liggen toen ze in de boot waren. De aanwezigheid van wind of van stormen betekent dus niet dat God ver weg is, Hij kan zelfs erg dichtbij ons zijn in de storm. We mogen ons dus niet laten leiden door de omstandigheden, maar we moeten ons beseffen dat God dichtbij ons is en dat we Zijn hand mogen vasthouden wanneer we Hem aanroepen in de storm. De storm hoeft dan niet meteen te liggen, maar daar gaat het dan ook niet om. We zijn dan wel veilig.
Vandaag schrijf ik dit in het bijzonder voor een paar van de lezers van deze overdenkingen, voor hen die door een storm gaan en dreigen te zinken. Voor hen die zich afvragen waarom God hun heeft verlaten. Mijn gebed is dat je bemoedigd mag worden door deze overdenking en dat je weer mag beseffen dat God slechts een roep van jou verwijderd is… sterker nog: Hij is daar al, jij moet Hem alleen toelaten om je te helpen. En misschien gaat de storm niet direct liggen, maar je zal niet zinken.